maandag 25 augustus 2014

Zondag 24 augustus 2014 van Nauders naar Glurns 34.26 km.

In verband met tijdgebrek, de inetrnetwinkel sluit zo, zet ik de rest van de foto's onderaaan.
Korte tocht met heel veel foto’s.
Na de vele twijfels, wel of niet gaan, toch gevoelsmatig besloten om de tocht vandaag te rijden over de Reschenpas en zie dan wel hoe ver ik kom vandaag. Omdat de zoon niet aanwezig was hebben de 85 jarige gastheer en ik samen de zware tas de drie trappen naar beneden gedragen. Ging perfect samen. De gastvrouw van 81 bleef maar aanwijzingen geven die we niet konden opvolgen, omdat we elkaar dan in de weg liepen. Om tien over twaalf ben ik vertrokken. De weg loopt richting kasteel de berg op. Vlak voor de kabelbaan, maak ik de laatste afscheidsfoto’s van Nauders. 

Een paar kilometer verder zie ik een kraai of  raaf zijn best doen op een mesthoop. Hoe dichter ik ook bij hem kom met de camera, het kan hem niets schelen. Zijn hapjes zijn te lekker. Ach ja, ieder zijn meug. Het moet je maar smaken. Bewondering heb ik voor de kleine vlieg die mijn hele landkaart op de fototas loopt te verkennen. Van onder tot boven van links naar rechts. Een vlieg die het zo lang volhoudt moet gefotografeerd. Voorzichtig pak ik de camera uit de tas. Ik verwacht eigenlijk dat het nu te schuin wordt bij het openen van de fototas, maar nee hoor. Trouw blijft hij zitten. Misschien is hij er trots op gefotografeerd te worden. Even later vliegt een zwarte vlinder langs me heen. Hij wordt door de wind de andere kant opgedragen. Jaaaaaa, Aeolus is vandaag wel heel lief en aardig voor me. Hij blaast de hele dag in mijn rug. Ik vlieg door de kilometers heen. Want was het vanmorgen nog maar een beetje wind, in de middag wordt hij zo hard dat ik het heel zwaar had gekregen. 

Om 12.55 uur kom ik aan bij de Reschensee, een groot stuwmeer. De weg erheen is prachtig. Heuvel op, heuvel af. Omdat het mooie nauwelijks is te beschrijven maak ik heel veel foto’s voor al die genen die met me mee reizen. Bij de Italiaanse grens vliegt mijn vliegje weg. Hij had genoeg gezien op de kaart onder hem en wil een Zwitser blijven. Het gaat zo snel dat ik hem niet eens een goede terugreis kan wensen. In de verte zie ik Reschen liggen. De plaats zelf trekt me totaal niet aan en ik neem niet de moeite om er te kijken. Aeolus blijft aardig door de andere kant op te blazen. Ik voel me heerlijk, eindelijk eens een dag geen gevecht tegen de God van de wind. De 13% heuvel, waar ik al die tijd zo tegenop heb gezien, kom ik op. Kost wel veel kracht, maar de fiets en ik hebben het gehaald. Voordeel is dat hij niet lang is, wel stijl. Boven gekomen moet ik echt even bijkomen en een korte rustpauze nemen. In de verte zie ik in het meer het kerktorentje uitsteken van het verdronken dorp Graun. De bewoners werden nauwelijks schadeloos gesteld en moesten maar zien hoe ze hiermee wegkwamen. Velen vertrokken en zochten hun heil ergens anders. Het lijkt mij dat wanneer je gebleven bent en telkens het enige overgeblevene stuk ziet van de kerk, dat steeds weer pijn blijft oproepen, omdat geen mens gevraagd heeft om dat stuwmeer daar aan te leggen. 

Rond kwart over één kom ik bij een klein kapelletje aan. Ik krijg mijn eerste Bongiorno te horen van een oudere man die naast het kapelletje de heuvel opklimt. Schrijf ik het goed, geen idee. Het klonk aardig en de man bekijkt me nieuwsgierig en heel welwillend. Kan het niet laten om een foto van hem te maken. Op het bankje voor het kapelletje neem ik pauze. Het is er heerlijk met een prachtig uitzicht op de bergen en het meer, dat steeds ruwer wordt. Om het hoekje hoor ik diverse vogels hun geluiden maken. Er is er een die klakt met zijn tong, zoals wij mensen dat doen. Ik kan het niet anders beschrijven. Een ander klinkt een beetje als Fuuuuut. Jeetje, ik weet nauwelijks wat van vogels, maar ik hoor het wel zo. Dit vogeltje blijft maar doorgaan. Zou hij nooit moe worden? Of ben ik in zijn ogen een gevaar, dat kan ook natuurlijk. Terwijl ik achter het kerkje mijn plasje ledig in het hoge gras, dat aardig van achteren kriebelt tussen de billen, hoor ik de krekels weer zingen. Misschien denken ze wel dat ik vruchtbaar water afgeef.  

Het zijn korte pittige klimmetjes en afdalingen, die juist het geheel zo bijzonder maken aan deze weg. De klimmetjes zijn wat scherpen dan in Limburg. Regelmatig komen nu ook kleine wespen de kaart bekijken op mijn fietstas. Ik laat ze begaan. Zij doen mij niets ik hun niet. De Reschenpas is om te zoenen, had het voor geen goud willen missen. Aeolus blijft ook lief, dus heb ik nog meer te wensen? De fietsweg naar Merano wordt omgeleid en langs beide meren rijd ik over een smalle grindweg, pal naast het water. Er zijn met deze harde wind maar weinig vissersbootjes op het water. Voor me liggen de bergen van de Ortlerberg, met lagen sneeuw er op. Hij is de hoogste, 3905 mt. hoog . Kan een mens zich nog gelukkiger voelen dan ik, door zo één te zijn met de natuur? Heb geen idee. Het voelt volmaakt. Niemand die me zegt dat ik teveel afstap om foto’s te maken of alweer stop omdat ik van een plekje wil genieten. Misschien zijn het teveel foto’s, maar ach, een deel wordt altijd weer weggegooid.  

Elk stukje op deze route laat iets nieuws zien. Ik zit nog steeds op de route van de Reschenpas. Langs het tweede meer moeten we een lang stuk lopen over een plankier. Er onder ligt moeras. Ik hoor de kikkers kwaken. Het riet ruist op maat in de wind. Op een bord staat aangegeven dat hier veel kikkersoorten, waterslangen en amfibieën leven. Velen fietsen over het plankier, hoewel het verboden is. Zij horen of zien niets. Tussen het riet groeien hier en daar wat planten. Eindelijk bij de brug aangekomen, zit daar een visser met hond en kleindochter. Alle drie hebben ze plezier met elkaar. Aan het eind van de brug gaat ineens links een steile grindweg omhoog richting 18%. Dit kan ik echt schudden. Ik duw een stukje de fiets omhoog, maar moet het opgeven. In de verte zie ik twee dames aankomen. De jongste komt me te hulp en duwt de fiets van achteren omhoog tot de weg. Vanaf de weg maak ik een foto als bedankje van ze. Boven aan de weg sta ik te rusten en hoor Nederlands praten. Het Echtpaar Louise en Dirk vragen of deze weg, waar ik vandaan kom naar Nauders gaat. We komen in gesprek en Dirk is benieuwd naar mijn verhalen, al heb ik de indruk dat hij niet gelovig is. Dus of hij er iets mee kan weet ik niet. Is ook niet erg. Ieder haalt er uit wat voor hem of haar belangrijk is. Om twintig over drie wordt het ineens koud. Bij de waterkering trek ik eerst mijn jasje aan. Even later kom ik bij Burgeis. Rij door hele smalle straatjes, steil naar beneden. Het kerkje ligt op mijn route. Er staan oliekaarsjes en ik kan het niet laten om er een voor iedereen om me heen op te steken. De bedankjes naar boven voor al dit moois heb ik onderweg al menig keer doorgegeven.
 

Na Burgein gaat de weg vrij steil naar beneden. Met 40 tot 48 km. moet ik me nog inhouden. De weg is bezaaid met putdeksels en op momenten dat ik er een niet kan ontwijken, vlieg ik van mijn zadel. Soms is het zelfs griezelig en ik probeer de snelheid constant terug te brengen naar 35km. Naast me vliegt even snel met me mee naar beneden het riviertje  Ádige. Net zo hard, wild en onstuimig als ik op de fiets zit. De laatste 6 km. naar Glurns gaat vrij snel. Het hotel in het dorp vraagt 56 euro voor een kamer. Een paar pensions zijn vol, maar uiteindelijk beland ik aan het eind van het dorp bij een pizzeria, die 30 euro vraagt voor een 1 persoonskamer zonder ontbijt. Ik ben tevreden. Mijn budget gehaald. Alleen……, er is een nadeel, geen internet. Dus of ik dat allemaal nog kan vinden vanavond, afwachten maar. Mijn verhaal is klaar. Het is zeventien over zes en mijn maag gaat knorren. De foto’s moeten nog nagekeken, dus het wordt morgen voor ik alles kan plaatsen.  

In het pizzarestaurant beneden een kinderpizza gegeten. Was koud en moe. Zelfs de douche kreeg me niet warm. Pas nadat ik een bruin biertje had besteld, waar alcohol in bleek te zitten, werd ik warm. Het is me toch een plas wat ze geven. Moet goed op de prijzen letten van het drinken. Hier weten ze er ook wat van.

Na het eten kwam ik in gesprek met de vrouw van het tafeltje naast me. Zij hebben hier ook een kamer. Kwamen gelijk met mij aan. Heeft haar naam opgeschreven, Marion Hegosell, uit de regio Keulen en een mooie wens voor me op hetzelfde papiertje gezet;

“Álles gute + Gottes Segen”.

Het is kwart over negen, lig in bed en probeer eens lekker lang te slapen. Welterusten allemaal. 

Totaal gereden kilometers: 1065,94













































































 

2 opmerkingen:

May Quaedflieg zei

Hallo Maus,
een mooi stadje, dat Glurns, hè?
Ik ben er ook geweest, maar dat weet je natuurlijk uit mijn boek dat je digitaal bij je hebt.
Mooie herinnering.
Moedig dat je toch bent doorgereden, al was het dan maar een 'klein stukje'... Een spreuk: 'Moed betekent niet geen vrees te hebben, maar de vrees te overwinnen.' En dat is precies wat je gedaan hebt. Klasse.
Goede reis verder!

Hans Horsten zei

Mooi verhaal, mooie foto's, zet 'm op Maus, nog een stukkie;).

Groetjes, Hans.