woensdag 27 augustus 2014

Woensdag 27 augustus 2014 van Auer naar Roverero met rondrijden in stad mee, 81,83 km.

 
Gisteravond ik Auer naast het gemeentehuis
 
Om 8.15 vertrokken. Mijn gastvrouw legt me nog snel uit dat ik twee kilometer kan besparen wanneer ik de afslag naar links neem en niet terug ga rijden zoals het boekje aangeeft. Het is wel even akelig rijden langs de grote weg, maar zodra ik weer bij de rivier ben is het leed geleden. De zon schijnt op dit eerste stuk weg . Ik zie mijn eigen schaduw meefietsen in het struikgewas langs de rivier. Nooit eerder gezien. Jammer dat ik geen kleine camera heb, anders had ik het gefotografeerd. De zwaluwen vliegen weer op en af. Het wordt mooi weer, ze vliegen hoog. Het is nog vochtig en in de schaduw zelfs kil. Recht boven me vliegt een reiger. Ineens zie ik om een boom gewikkeld een
Hopplant. Hoe die hier verzeilt is geraakt mag Joost weten. Hebben de vogels zo ver gevlogen en de zaadjes meegenomen? Lijkt me haast onwaarschijnlijk, maar hij is het echt.

Heel af en toe zie ik een merel opvliegen, ze zijn veelal minder vertegenwoordigd dan de zwaluwen, die hier talrijk zijn en zich verstoppen tussen de appelboompjes. Hun nesten hebben ze vermoedelijk in de rotsen. De rivier de Atsch is rustig vandaag en kabbelt rustig stromend door, af en toe wat kleine geluidjes makend waardoor kleine draaikokjes ontstaan. Alles is even vredig en rustig om me heen. Ik voel me gelukkig. Het weer is prachtig. 

Weergod Aeolus is ook wakker geworden, al weet hij nog niet goed wat hij zal doen. Af en toe is hij  
wat draaierig. Het ene moment is hij voor me, dan weer tegen me of opzij. Of zit hij me uit te dagen om te plagen? Een beetje ochtendhumeur misschien? Af en toe laat hij me voelen dat hij de baas is en alles in eigen hand wil houden. Ik ben afhankelijk van hem en zijn nukken dus vraag ik vriendelijk of hij vandaag genadig wil zijn. Hij luistert, heel lief en aardig. Bedank hem ook nog daarvoor. Om kwart voor negen moet het jack weer aan. Aan de overkant van de rivier schijnt de zon met dikke stralen, maar aan deze kant is het kil en mistig. De stralen komen net niet over de berg heen. Het is stil, op een enkel vroege vogel na.

Ik rij tussen twee snelweg in. De een, de tolweg rechts van me, dan de rivier en de dijk waarop ik fiets. Aan de andere kant landerijen vol glanzende appels die gegeten willen worden en de nationale weg. Bij een kruispunt aangekomen waar ik over moet steken, staan twee politiewagens. Later rijdt een van hen me achterop en voorbij. Wanneer ik bij Salorno opnieuw een weg over moet steken staat het vol met brandweerwagens en mannen. Er is vermoedelijk iemand verdronken en men is aan het zoeken. 7 Km. verder kom ik de politieboot tegen die samen met de brandweer het water afzoeken. Boven me vliegt met regelmaat een helikopter die ik prachtig kan fotograferen. 

De zon krijgt eindelijk zijn stralen over de berg heen, wat hopelijk mooie plaatjes heeft opgeleverd. 16 km. gefietst, wat heel weinig is. Er is zoveel te zien en te melden. Soms wenste ik dat er een camera op de fiets zat om alles te laten zien wat de moeite waard is. Film leeft nog meer dan foto’s. Maar ach, wensen zijn er ook om een wens te blijven. Ze hoeven niet allemaal vervult te worden. Tijdens de rustpauze drink ik mijn laatste zakje cappuccino, nog in Duitsland gekocht. Ik drink het met extra aandacht, want wie weet wanneer ik deze lekkere smaak weer vind. Terwijl ik zit te genieten van de koffie zie ik in de verte vier bekende mannen aankomen. Ja hoor, het zijn de vier van gisteren, waar ze op de foto allemaal prachtige gele jasjes aanhadden. Nu is ieder op zijn ’s zomers gekleed, maar herkenbaar genoeg. We praatten even samen, delen een koekje en voor mij is het tijd om verder te gaan. Niet voordat de oudste van 80 jaar mij heeft verteld hoe hij en zijn vrienden eens van Vancouver naar Mexico zijn gefietst. Een prachtige tocht die hij zo weer over zou willen doen. De heren vertellen nog wel even dat we op dit moment door het Trentino gebergte rijden. Ik wist het niet. De rivier wordt hier en daar wat wilder. Aeolus heeft vandaag zijn beslissing genomen, hij blijft schuin achter me. Heel aardig van hem. Het wordt drukker op de dijk. Fietsers rijden af en aan. Ook hier heeft het weken geregend, dus even genieten van deze eerste prachtige zonnige dag, waarop het in de middag rond de 28 graden wordt, Moet er even aan wennen. Dan kom ik langs drie stoere werkers die de afwatering die naar de rivier leidt staan schoon te maken. Zo te zien zwaar werk. Ze krijgen in de gaten dat ik ze fotografeer, jammer. De laatste negen kilometers naar Trento herbergt romantische zitjes om uit te rusten, omgeven door roze rozen. Zou er graag even van genieten, maar heb al teveel tijd verdaan met fotograferen en schrijven. Moet echt even doorrijden. Het fietspad loopt nu pal langs de tolweg, maar wie niets wil horen, hoort ook niets. Ik geniet van de mooie dingen die ik om me heen zie. Bij Mascallis rij ik weer de rivier over en wordt het rustiger. Tegelijkertijd zijn ook de romantische zithoekjes verdwenen, het worden weer kale banken. Een kleine hagedis kruist mijn pad met hoge snelheid. Ik zie hem nog net in het struikgewas verdwijnen. Brengen ze geluk? Nog steeds rij ik tussen de appelboomgaarden. Hun kleuren nodigen uit om geplukt te worden en hier en daar zijn al ijverige boeren bezig. Andere soorten moeten nog even wachten. Wat opvalt, is dat de meeste rode appelsoorten netten over de boompjes hebben, de gele of groene bijna niet. 
Een geel vlindertje fiets een stukje met me mee. Even later krijg ik een vluchtige kus op mijn wang van een witte vlinder. Ik glimlach en straal. Dit is leven. Ik sta meer stil om te fotograferen en te schrijven dan ik fiets. In 13/4 uur heb ik pas

Bij een brug gekomen van helemaal glanzend staal waar de tolweg overheen loopt zie ik ineens een kleine verandering. Het bekende aspergegroen en een maïsveld. Niet te geloven. Een Fatamorgana misschien? Boven de rivier verschijnt een albatros, ook de eerste keer dat ik die hier zie. Met grote vleugelslagen drijvend op de wind, kijk ik hem na. Mijn wereld is weer vol kleine wonderen vandaag. Het is warm geworden. Onderweg maak ik kennis met Gerlinde en Hannelore. Zij hebben vijf dagen gefietst van de Bodensee richting het Gardameer waar de man van Gerlinde hen vanavond op komt halen. Hebben nog een aardig eindje te rijden. Vinden het geweldig wat ik doe en willen samen op de foto. Even voor Trento hou ik pauze. Ik heb geen behoefte om de stad in te gaan. Even later komt er nog een fietser zitten. We rijden onafhankelijk van elkaar bijna gelijk weg. Omdat we om de beurt foto’s maken passeren we elkaar ook steeds. Ik zie hem nog wel bij de eerste rotonde dan is hij verdwenen terwijl ik in gesprek raak met een Oekraïense vrouw, die verteld dat het hier de eerste mooie dag is.   Dos Trento vertelt ze me. Wat rust er toch een zegen op deze reis. Er komen problemen. Het fietspad is afgesloten. Het oude pad is goed bereidbaar. Mijn medefietser van de rustpauze komt me tegemoet rijden en waarschuwt dat het pad overgaat in de snelweg waar wij niet op mogen rijden. Wat nu? Er komt een fietser aan en ik vraag hem de weg. Dan blijkt dat de twee samen Italiaans spreken. We worden netjes naar de nieuwe weg geleid, toch over dat stuk autoweg. Natuurlijk niet nadat was gevraagd of ik de partner was van de medefietser, die af en toe bezorgt omkijkt of ik het wel bij kan houden. Zodra we op de goede weg naar Roverero zitten nemen we met een zwaai afscheid, hij rijdt zonder bagage veel sneller dan ik. Toch weer een engelbewaarder die voor me zorgde? Alleen had ik het nooit gevonden. Roverero is nog 21.5 km. 
Het heeft twee maanden achtereen geregend. Breng ik de zon mee naar Trento? Het mooie ronde gebouw boven op de heuvel heet

Rond kwart voor één krijg ik verschrikkelijke maagpijn. Tot mijn schrik merk ik dat ik alle medicijnen vergeten ben in te nemen. En dat terwijl iedere dag die rotwekker gaat om half elf. Zelfs dat is niet doorgedrongen vanmorgen. Tientallen keren ben ik van plan dat ding af te zetten, maar weet niet meer hoe dat te doen. Nu beter opletten, medicijnen niet meer vergeten. Het is de eerste keer op deze reis. 

Even later passeer ik de meest gekke appelbomen die ik ooit heb gezien. Aparte vormen van bomen  
die je nooit zelf uit kunt denken. Hoe kan het zo groeien? Geeft wel variaties. Na Trento verandert de natuur. Het worden minder appels, meer druiven afgewisseld met hier en daar een veldje maïs. Gelukkig vind ik nog een bankje in de schaduw waar ik eindelijk even kan lossen. Heb het veel te lang op moeten houden, De maagpijn begint te zakken. Mijn water raakt op. Er is nog net genoeg heet water in de kan voor een kop kamillethee. Heb net mijn zonnebril opgezet als er een prachtige grote oranje vlinder recht op me af komt. Hij kust me weer op mijn wang. Het ging wat hard voor hem en ik hoop dat hij het overleefd heeft. Nu het zo warm is begrijp ik weer waarom men in deze landen siësta
houdt. Morgen maar vroeg vertrekken. In het voorstukje van Roverero vind ik een ijstentje op het plein. Mijn lust tot fotograferen verdwijnt wanneer ik het zie. Gerlinde en Hannelore, die vlak achter me zitten laten zich net zo verleiden en samen genieten we van het ijsje. Ik ben eerder klaar. Een meisje had de weg gewezen, maar niet echt de goede. Moet een heuvel en brug op van meer dan 18%. Uitgerekend is mijn batterij leeg en worstel ik mezelf met fiets en al de berg en brug op. Later bleek dat ik een andere weg had moeten nemen, het leed was al geschiet. Nu kwam ik op de buitenweg uit. Een fietser die net even stopte is zo vriendelijk me naar de jeugdherberg te brengen. Geweldig. Hij had een heel ander tochtje voor ogen. Verloor wat, waardoor hij stopte en ik de weg kon vragen. Hoeveel engelbewaarders zijn er al niet op mijn pad gekomen om me te beschermen en te helpen? Ze zijn niet meer te tellen deze reis.

In de jeugdherberg aangekomen blijkt er op de benedenverdieping Wifi te zijn. Alweer een stukje winst en probleem uit de weg geruimd. Dan blijken de eenpersoons kamers allemaal bezet. Ze heeft wel een tweepersoonskamer, kost 30 euro. Ik ga kijken. Ergens hoog boven me zit een raam, verder is het een hok vol balken, Claustrofobisch. Ga naar beneden om dit te bespreken. Ze heeft op de 4e etage wel een kamer met raam. Ga eerst maar kijken. Nog erger. De balken hangen bijna op de bedden. Het kleine raampje heeft tralies ervoor. Zit ik in een gevangenis of zo. Opnieuw naar beneden om te zeggen dat ik wel naar het toeristenbureau ga. Ineens heeft ze een driepersoons kamer vrij met een heerlijk groot raam. Omdat het driepersoons is moet ik 35 euro betalen. Kan ook voor 20 euro een kamer met drie andere vreemde vrouwen delen. Daar bedank ik voor en goedkoper kom ik misschien ook niet klaar. Dus zeg ja. Ben blij dat ik ruimte heb voor de was op te hangen en lekker te douchen. Later in de middag wat rondgereden in de stad. 

Totaal gereden kilometers 1262,8 km.
















































Mijn avondeten, broodjes met kaas en yoghurt
 

 

1 opmerking:

Hans Horsten zei

Ha die Maus, weer genoten van je verhaal en je schitterende foto's,op deze dag hebben wij ook de hele dag gefietst, de mooie dagen worden schaars, goeie reis verder.

Groetjes, Hans.