donderdag 14 augustus 2014

Donderdag 14 augustus 2014 Schafhausen naar Tűbingen, 43.86 km.


Om 6.46 word ik wakker van de buurman die nogal luidruchtig opstaat. Heb goed geslapen, maar ben wel helemaal koud geworden. Heb bloot gelegen. Ik kan me omdraaien, maar ook opstaan, verder fietsen en vanmiddag een beetje bijtijds te stoppen. Ik besluit het laatste en heb dus ook even tijd om vast een stukje te schrijven. De koorts is weg, de pijn aan mijn mond en kaak is niets verminderd. De apotheker heeft wel een wondermiddel gegeven, denk ik, maar die verdoving helpt maar heel kort. Buiten is een dichte mist, echter het is nog steeds droog. We zullen zien wat het wordt. Het heerlijkste is ’s morgens of

’s Avonds de reacties bekijken als ik vroeg wakker ben. Het is gek maar het meeleven, meedenken en de steun van iedereen die mijn verhalen leest maakt dat ik weer nieuwe krachten op doe op momenten dat het moeilijk wordt. Je reist alleen en toch merk je daardoor dat je niet alleen bent. In ieder geval heb ik natuurlijk mijn geloof in God en vaak praat ik ook met hem. Daarnaast mijn twee engelen en Berry. Hoewel ik van hem nog niet veel heb gemerkt, weet ik dat hij er wel bij is. Dat zoveel mensen mijn verhalen lezen en vooral reacties geven, op Facebook, 50 Plusser of per mail en via Google geeft nog een extra steuntje in de rug. Het is niet altijd even makkelijk als je weer eens niet goed hebt gelezen in het boekje of iets verkeerd begrijpt, waardoor je kilometers om rijdt. Echter dat vergeet je ook weer direct en met een lach draai ik dan maar weer het stuur om en begin met frisse moed opnieuw. Het kost alleen veel tijd. Soms schijnt het juist zo te moeten. Op die momenten ontmoet je dan iemand of maak je iets mee. Je ziet wat bijzonders waardoor je weet dat het juist nodig was dat je die omweg maakte. 

Inmiddels ben ik er ook achter dat er goed over me wordt gewaakt. Het is bijvoorbeeld heel lastig wanneer je verder moet omdat je geen slaapplaats vind. Gisteren kwam ik bij een hotel. De kamers waren te duur, 70 euro, maar de man haalde als eerste een handdoek om me af te drogen. Het water droop letterlijk overal uit mijn kleren. Kijk, al kon ik daar niet slapen, hij hielp me wel even om een paar minuten droog te worden. 

16.39 uur.
Sinds kwart voor vier zit ik in Tűbingen op een mooie kamer bij een particulier adres. Was eerst bij de jeugdherberg maar die was vol. Het was weer een dag vol belevenissen, dus laat ik bij het begin beginnen. Joanna Krone verwelkomde mij vanmorgen aan tafel met de vraag wat voor ontbijt ik wilde. Heb ik daar wat in te zeggen dan? Ja hoor u mag kiezen, zegt ze. Het gewone ontbijt of 2 Tosti’s met ham en kaas en twee gebakken spiegeleieren. Dat laatste klinkt zo verleidelijk dat ik gelijk ja zeg. Lees in haar krant dat Robin Williams is overleden. Volgens Joanna heeft hij zich opgehangen. Weer iemand die heel wanhopig eenzaam moet zijn geweest. Hij maakte altijd lachfilms, ik zag hem graag. Geld genoeg en  
doodongelukkig.

Om 8.50 uur vertrokken. Joanna zwaait me na, nadat ze de bagage voor me naar beneden heeft gedragen. De eerste 12 km. gaan moeizaam, de benen willen niet erg. Hou het vandaag maar op Tűbingen, ver genoeg. Bij de kruising Rohran-Hildrizhausen zie ik vier buizerds, waarvan ik er drie op de foto krijg, mits hij gelukt is natuurlijk. Om me heen een weelde aan veldbloemen. De blauwe lucht blijft achter en grijze regenwolken drijven boven mijn hoofd. Regenkleding ligt bovenop de bagage voor het grijpen. In Hildrizhausen nodigt een bushokje me uit om even koffiepauze te houden. Weliswaar pas 17.8 km. gereden, maar heb er behoefte aan. De benen komen nog steeds moeilijk op gang. Ach ja, ook die mogen af en toe in opstand komen. Bovendien is er heel veel vals plat met tussendoor heuvels van 3 tot 7%.

Na Hildrizhausen moet ik het bos in. Tot nu toe foutloos gereden. Geef mezelf al een compliment. Moet na 50 meter door een slagboom heen, staat in een boekje. Zie nergens een slagboom en vind de 50 meter wel heel veel. Bovendien ben ik bezig met een flinke klim die heel moeizaam gaat. Boven gekomen zie ik nog steeds geen slagboom. Heb ik nu toch de verkeerde weg genomen? Het kan haast niet, maar voor de zekerheid me omgedraaid en weer naar beneden gereden. Er stond in het boekje na 50 meter moest ik hem zien, maar mijn teller geeft tienden aan, terwijl ik dacht dat het meters waren. Doordat de slagboom omhoog stond, was ik er aan voorbij gegaan. Opnieuw moet ik dezelfde weg omhoog klimmen. In het boekje staat dat het een klein klimmetje is, echter wel op een grindweg, doordrenkt van nattigheid. Halverwege geef ik de pijp aan Maarten, kan echt niet meer voor of achteruit en stap af. Dommer had ik niet kunnen zijn. Op een normale weg, hoe steil ook kan ik gewoon weer opstappen. Op een bosweg met allemaal grind geeft dat problemen. Tot drie keer toe probeer ik op te stappen, maar mijn handen zijn zo slap dat ik drie keer bijna in de greppel beland omdat de wielen wegglijden op het grind. Ik begin met eerst het grootste deel van de pruimen uit mijn emmertje te halen. Meer dan een kilo is het nog. Hou voor twee dagen over, de rest mogen de vogels eten. Elk stukje gewicht moet ik nu kwijt voor ik naar boven kan lopen met de fiets. Ja, dat had ik gedacht. Zelfs mijn voeten glijden weg, dus moet ik zigzaggend de fiets in een lijdensweg naar boven duwen. Eén moment denk ik echt; ‘waar ben je toch aan begonnen, Maus’, in plaats van even om hulp te vragen. Tja, eigen schuld, dikke bult. Waarvoor heb ik toch engelen bij me als ik ze vergeet te vragen op het moment dat ik ze nodig heb. Deze tocht is echt een leerproces in vele opzichten. Nu was ik zo trots dat ik zonder omwegen vandaag die weg had gevonden en bezorg ik door onoplettendheid mezelf nog trammelant. Uiteindelijk ben ik boven en wordt de weg makkelijker. De  
lucht boven me wordt dreigend, toch valt er geen druppel.

Op gegeven moment moet ik in het bos rechtsaf. Nu zijn er twee wegen naar rechts, welke moet ik nu kiezen. Terwijl ik sta te overleggen komt er een man op me aflopen. Charmant van uiterlijk, mooie ogen en warme stem. Hij vraagt waar ik naar toe ga. Vertel mijn doel en wij raken aan de praat. Hij vertelt dat hij de bossen inspecteert. Er wordt al veel teveel gekapt en rondom Stuttgart hebben ze de natuur zo hard nodig. Hij is een wandelaar en natuurmens, dat zie je aan alles. Wijst me het juiste pad dat ik moet rijden en adviseert me om het klooster in Bebenhausen te bekijken. We nemen afscheid. 8 Km. op onverharde wegen door het bos rijden, daarna nog 3 km. op verharde wegen is heerlijk. De route is schitterend. Opeens strijkt een zonnestraal over mijn hoofd. Het fietsen gaat makkelijker. Ik hoef nu alleen maar het water van de beek te volgen. Weer vliegen twee buizerds boven mijn hoofd. Ik hoor hun roep en stap even af om ze te fotograferen. Mijn gezicht blijft pijn doen, ondanks dat ik regelmatig die verdovende zalf op doe. Het werkt maar een half uur tot drie kwartier. 

 

Het is een mooie eenzame route door het bos. Terwijl ik foto’s maak passeert voor het eerst een vader met twee zonen, die ik even later tegenkom als ik wil pauzeren. Even hiervoor kom ik om een bocht gereden en zie een buizerd op een zandheuvel zitten, genietend van de zon die de donkere wolken heeft overwonnen. Voorzichtig rem ik en stap af. Tot dan toe bleef hij zitten. Op het moment dat ik mijn camera wil pakken vliegt hij naar een boom, niet ver weg. Daar kan ik hem precies zien zitten door een gat in het bladerdak van de boom. Wanneer ik klaar ben met fotograferen vliegt hij op, kijkt om en laat zijn roep als groet horen. Wonderlijk de band ik heb met deze vogels. Altijd als ik me even minder voel hoor en zie ik ze boven mijn hoofd.  

Honderd meter verder is een plek met twee picknicktafels en een vuurplaats met banken. De vader, die mij eerder voorbij reed, is hout aan het sprokkelen, terwijl de zoons proberen op de vuurplaats het hout aan te maken. Na enige moeite lukt het beiden. Nu nog meer hout zoeken. De vader nodigt me uit om ook van het houtvuur gebruik te maken om wat te grillen, heb niets voorhanden om te grillen. Terwijl ik sta te fotograferen komen twee fietsers aan, volbepakt. Het blijken Nederlanders die net als ik het eerste routeboekje volgen tot de Bodensee. Hun namen;  Wim de Bruin met het blauwe jack en Harrie Wijdeveld. We maken foto’s van elkaar en nemen even plaats aan één van de tafels waar ik aan zat te eten. Even later vervolgen zij hun weg. Ik besluit tien minuten later om eerst naar het klooster te rijden.

Wanneer ik de poort binnenrij, klimmend en hotsend met mijn fiets over de kinderkopjes staan beiden het klooster al aan de buitenkant te fotograferen. Natuurlijk wordt mijn geworstel om de steile heuvel van de binnenplaats op te komen op de foto gezet. Zal wel wat wezen, denk ik. Wanneer mijn fiets eindelijk tegen de muur geparkeerd staat moet ik uitleggen waarom ik dat emmertje, dat me dagelijks nog van dienst is, toch meesjouw. Er zitten nu nog maar een paar pruimen in en een flesje water. Het klooster is schitterend en een genot om mooie plaatjes te schieten. Ik neem er ruim de tijd voor. Tegen half drie vertrek ik richting Tűbingen, vind al snel een adres waar ik kan slapen voor 25 euro. Helaas ligt het helemaal boven op de heuvel. Op gegeven moment moest ik een nieuwe heuvel lopend op in de stad. Gelukkig wilde een jongeman me even helpen, ik kwam niet verder, zo steil was het. De kamer ziet er keurig uit. Heb mijn verhaal nu eerst geschreven. Ga lekker douchen en wat te eten halen. Dat is er vandaag bij ingeschoten. Wil misschien de stad even in om te fotograferen. Heb op weg naar mijn pension mooie dingen gezien.  

De pijn aan mijn mond is zo erg dat ik naar de dokter wil. Kan zelfs niet eten. De vrouw waar ik een kamer heb zegt direct; ‘dat is herpes’, maar van een zware soort. Hoe komt een mens er aan. Mijn hoofd klopt. Gisteren opperde de apotheker dat ook al. De vrouw geeft mij een middel wat 3x zo sterk is als wat ik had gekregen. Voel dat het gelijk werkt. Ze raadt mij aan om morgen niet te fietsen maar rustig aan te doen. Ik had al gevraagd of ik nog een nacht kon blijven wat geen probleem was. Voel gewoon dat ik het even lichamelijk niet aan kan. De pijn was te heftig. Mijn lijf heeft even wat extra rust nodig. Jeetje, ik weet niet wat zij heeft gegeven, maar voel de pijn gewoon verdwijnen. Dus even luisteren naar mijn lichaam en morgen lekker uitslapen. Later op de dag genieten van wat Tűbingen te bieden heeft en heb ik geen zin, doe ik helemaal niets. Fijne avond allemaal.

Totaal gereden 640,76 km































 

1 opmerking:

Hans Horsten zei

Hallo Maus, gaat het?, die vrouw zou zo maar gelijk kunnen hebben met "herpes", ik heb dat namelijk ook gehad in mijn mond en ben daar heel erg ziek van geweest, jij vraagt jezelf af hoe je eraan komt, zulke dingen slaan toe als je lichaam redelijk uitgeput is, in je eigen belang zou ik toch wel naar je lichaam luisteren. Weer genoten van je verhaal en de schitterende foto's
Het allerbeste , Hans.