zaterdag 16 augustus 2014

Zaterdag 16 augustus 2014 Tűbingen naar Sigmaringen 72.17 km., 580 meter hoog.

Een dag vol wonderlijke ontmoetingen
Rond 6.45 wakker en om 8.15 vertrokken. Het was guur en koud, dus legging over de fietsbroek, regenbroek dar nog overheen. Heel vervelend fietsen, maar warmte is belangrijk. Va boven mijn fietsshirt, vlies, fietsjack en regenjack er overheen. Koud heb ik het niet meer. De benen willen nog niet helemaal zoals ik het wil. Rond 8,45 uur haalt de blauwe lucht me al een beetje in. De zwaluwen vliegen ietsje hoger. Tien km. buiten Tűbingen stop ik bij een brug om wat op te schrijven. Een jongeman met een brommer stopt en doet zijn helm af. Vraagt eerst waar ik heen ga en verteld dan dat hij tien jaar geleden naar Dantzig in Polen is gefietst. Zijn moeder woont ongeveer 50 km. verder en als ik wil kan ik daar slapen vannacht. Hij noemt een plaats, die echter niet op de route ligt. Het was een lief aanbod. En zeker goed bedoelt. Misschien heb ik het ook wel niet goed verstaan. Ben nu niet iemand die zomaar bij een wildvreemde aan gaat bellen om te vertellen dat ik door haar zoon ben gestuurd. Uiteindelijk moet ik echt zeggen dat ik verder moet, hij blijft me aan de praat houden. Even later ontdek ik ineens dat ik mijn twee bakjes yoghurt voor onderweg en de avond in de ijskast heb laten staan. Was wel drie keer terug naar mijn kamer gelopen omdat ik steeds het gevoel had iets vergeten te zijn. 


Was de lucht tot Gomaringen blauw geworden, nu trekt alles weer dicht. Links ligt het gebergte Schwabische Alb, omgeven door zware donkere regenwolken, maar boven mijn hoofd blijft het blauw. Even buiten Nehren liggen allemaal veldjes met wilde bloemen, vermengd met grote zonnebloemen. Eigenlijk wil je alles wel fotograferen, echter dit keer laat ik me even niet verleiden. Er staat een harde wind en mijn lijf protesteert nog steeds. Het is het virus nog niet kwijt. De mond doet nog steeds zeer en de benen protesteren heftig vandaag. Opgeven? Voor geen goud. Nog 120 km, dan ben ik bij de Bodensee. Meer dan 1/3 heb ik dan gereden. Al die etterige kwaaltjes die me al dagen pesten gaan vanzelf op een dag weer over. Er is bovendien nog zoveel werk in mezelf te verrichten, dat moet gewoon afgemaakt worden. Het vervelende is alleen dat je het ene moment sterft van de kou en het volgende moment wel alles uit wil trekken. Hoort er allemaal bij, heb ik ontdekt. Ach ja, waarom zou alles nu zo heel voorspoedig blijven gaan. Heb tot nu toe al veel geluk gehad wat weer en wonderen betreft. Ben ik moe of wordt het even teveel stap ik gewoon even af om een beetje rust te nemen. Even buiten Mössingen staat een bankje. Het is half elf en ik heb pas 18.5 km. gereden. Eerlijkheidshalve het is of vals plat of allerlei klimmetjes van 5 tot 8 %. Enkele regendruppels proberen me te plagen. Maar de regenkleding die ik even tevoren had uitgetrokken hoef ik er niet voor aan te trekken. Een vlieg duikt mijn koffie in. Ik vis hem er uit en wens hem geluk dat hij het nog kan overleven. Drink het rustig verder op. In de verte hoor ik opnieuw de roep van twee buizerds. Ben niet zo ingebeeld dat ik denk; ‘zouden ze me volgen of zijn het twee anderen?’ Maar het is fijn dat ze er weer zijn. Ze geven me nieuwe kracht. 


In Talheim begint het echt te plenzen. Moet onder een boom schuilen. Heb pas 21.19 km. gereden. Het schiet niet echt op. Halverwege de berg Talheim – Melchingen, 6 km. omhoog heb ik de pijp echt even uit. Bergop 7 to 8%. Ik zet me op een kist waar ’s winters altijd zand ligt om te strooien en schrijf alles op wat ik tot nu toe heb meegemaakt. Wanneer de benen weer rustig zijn klim ik het laatste stuk gestaag verder. In de kleinste versnelling en het grootste lampje aan. Op gegeven moment wordt het zo zwaar om de berg op te komen en tegen de keiharde wind in te fietsen dat ik de hulp van de engelen inroep. Gelijk wordt de wind milder en rij ik wat makkelijker omhoog. Zouden ze voor me zijn gaan fietsen of vliegen om de wind tegen te houden? In middels is het ook weer droog geworden. Regenbroek en jack kunnen opnieuw uit. Is allemaal storend gewicht, wat energie kost. Vlak voor het einde van deze zware klim staat een grote P aangegeven. Wel voor automobilisten, maar een bankje is nergens te bekennen.  

Boven aan de berg aangekomen opent zich een andere wereld. Ik maak drie foto’s en op elke foto staat een andere lucht. Tien minuten later kom ik in Melchingen aan. Het kerkje, dat van buiten heel gewoontjes is, is van binnen een openbaring. Prachtige plafondschilderingen. Het roept een heel warm gevoel van binnen op. Het eerste wat ik doe is twee kaarsen aansteken. Eén voor iedereen die me heeft geholpen om deze reis mogelijk te maken en één voor iedereen hierboven die mij kracht en hulp geeft. Mijn fiets had ik bij het café gezet, tegenover de kerk. Er zaten al meer fietsers daarbinnen. Teruggekomen bij de fiets wil ik wegrijden als ik Nederlands hoor praten. Vier mensen komen er aan, waarvan een echtpaar op een tandem. Het ene echtpaar fietst naar Bregentz bij de Bodensee, de anderen op de tandem proberen of ze in hun tijdsbestek Rome kunnen halen. Zo niet is het geen probleem. Ze vragen of ik ook koffie ga drinken, kunnen we verder praten. Ik leg uit dat nooit te doen, maar onderweg op een bankje altijd zelf koffie maak. Ze nodigen me uit om op hun kosten mee naar binnen te gaan voor koffie. Wat een luxe en wat leuk. Het is heel gezellig. De anderen bestellen er koek bij en ik alleen cappuchino. Nee……….., wordt er gezegd, je krijgt ook een lekker stuk koek erbij. Wat een verwennerij. Het paar op de tandem heet Emmy en Frens Luning het andere paar Jet en Jan Siteur. Vertel dat ik ook een oom en tante had die Jet en Jan heetten. Deze twee paren waren elkaar onderweg al eerder tegengekomen, zo ook vandaag. Achteraf blijkt in het gesprek van vandaag dat zij zelfs op de begrafenis van een gezamenlijk familielid zijn geweest, zonder dat zij elkaar daar hadden ontmoet.

Boven de deur van het café staat de volgende tekst: 20-C+M+B-14. We vragen de eigenaresse wat dit betekent. Hebben het allemaal al eens ergens anders ook gezien. 20 en 14 is het jaar 2014. C= Casper, M=Melchior en B= Balthasar, de drie koningen. Elk jaar op 6 januari komen de kinderen van het dorp langs, bidden gezamenlijk en zingen een lied. Zo halen zij geld op voor de kerk die dat weer naar arme landen sturen. De kinderen vervangen daarna het jaartal op de deur. Boven de deur hangt een bordje met de tekst:
Herr segne dieses haus
Und allen die da gehen
Ein und aus

Na ruim een uur samen doorgebracht te hebben, worden er buiten nog foto’s gemaakt en nemen afscheid. Op mijn aanraden gaan zij het kerkje bekijken en ik rij vast verder. Even voor Bronnen kom ik langs een klooster. Ik vraag of ik hier kan overnachten. Twee dames wijzen het nogal onvriendelijk af. Heel vreemd. Kloosters horen pelgrims toch onderdak te verlenen? Of was dat verleden tijd. Zij vinden het een rare vraag. Voor ik Bronnen uitrij sta ik ineens voor een werkelijke bron. Een bronzen beeld laat een man zien met een beker aan zijn mond. Hierdoor weet ik dat dit water gedronken kan worden. Het is heerlijk helder en vooral koel water. Boven op de berg, na weer een behoorlijke klim, neem ik even pauze om een boterhammetje te eten. De krekels zingen in het gras, iets wat ik vandaag al vaker heb gehoord. Op de bank waar ik zit staat een bordje: ‘u mag genieten van het uitzicht.’ Ik doe het door klaprozen en graanhalmen even op de foto te zetten. Het is inmiddels half drie. Een plaats verder zie ik een supermarkt en haal wat yoghurt en bananen. Wanneer ik er uikom zie ik Emmy en Frens Luning op de tandem voorbij scheuren in behoorlijk tempo. Ik zwaai en nog geen minuut later staan ze ineens voor me. Als eerste geef ik ze een zelfgemaakte kaart, die ik vanmorgen vergeten was te geven aan beide stellen. Gelukkig nu kunnen ze er alsnog een uitkiezen als dank voor de leuke geste. 

Eigenlijk wilde ik in Veringenstadt stoppen. Echter Emmy en Fens rijden door naar Sigmaringen, nog 22 km. verder. We rijden samen verder op. Ook weleens leuk voor een keertje. Zij hebben er flink de pas in en ik moet echt vanuit economisch rijden naar normaal of hogere stand gaan om ze bij te houden. Qua accu’s kan dat nog makkelijk. We stoppen onderweg nog even voor een korte pauze en een foto, maar verder is het behoorlijk klimmen over grindwegen, wat ik af en toe best eng vind, wanneer ik mijn banden weg voel glijden. Ik besluit bij dit tempo lekker in het kielzog mee te rijden naar Sigmaringen. Ook in dit laatste stuk weer behoorlijke zware klimmetjes, die veel van me vragen. Morgen maar wat rustiger aan doen, dan ben ik weer alleen. Nu hoef ik niet op de weg te letten, alleen maar achter ze aan te rijden, scheelt heel wat tijd en gezoek door de tomtom die zij op de fiets hebben.

Half vijf rijden we Sigmaringen binnen. Emmy en Fens moeten al snel afslaan voor hun hotel, ik rij over de brug het stadje binnen. Een indrukwekkend kasteel staat hoog boven de stad. Over de brug vraag ik de weg naar het toeristenbureau. Rechts voor me zie ik ineens een Grieks restaurant met een bordje gasthof. Ik twijfel niet vraag de prijs en binnen 20 minuten zit ik op een mooie kamer met douche. 35 euro met ontbijt, 30 zonder. Zeg dat ik dit even moet overdenken. Echter als ik later het lekkere eten ruik is de keuze gemaakt. Voor 8 euro een heerlijke maaltijd en geen ontbijt. Dat haal ik zelf wel. Terwijl ik zit te eten loopt ineens Wim de Bruin met het blauwe jack langs me heen naar het toilet. Ik draai me om en zie  Harrie Wijdeveld nog aan een tafel zitten. Hij maakt gelijk een foto van me en wanneer Wim terug is komen ze nog even bij mij aan tafel zitten. Eergisteren hebben we elkaar voor Tűbingen ontmoet en nu zie ik ze hier zitten, ook nog in hetzelfde restaurant. Toeval bestaat toch niet? Het is de dag van ontmoetingen en afscheid nemen. 

Totaal gereden km. 717,88






































 

3 opmerkingen:

May Quaedflieg zei

Ha die Maus! Geweldig wat je presteert. En dat met die pijnlijke ongemakken. Karakter! Mooi die hulp van je engelen.
Ook mooi dat je vandaag die mensen tegenkwam. Dat was ook niet 'zomaar'. Ze hebben er wel voor gezorgd dat je Sigmaringen bereikt hebt. Ja, die klimmetjes over die grindwegen vóór Sigmaringen heugen me ook nog.
Nog twee dagen en je bent aan de Bodensee.
Ik geniet van je verhalen. Ik fiets op die manier elke dag met je mee, al is het niet lijfelijk.
Ik wens je morgen een even mooie dag als vandaag, met veel inspirerende ontmoetingen. En wat het weer niet maakt moet je maar zelf maken.

Hans Horsten zei

Mooi Maus, dat met die vlieg, zo zitten wij ook in elkaar, wij waarschuwen elkaar ook altijd als er dieren op de weg gevaar lopen om plat gereden te worden door ons. Op wat ongemakken na verloopt de reis toch prima?, je ontmoet zat leuke mensen op die nonnen na dan.

Het beste weer en een hartelijke groet van mij, Hans

Maus Sturmer zei

Wat heerlijk dat jullie allebei steeds reageren. Had gisteren geen internet, vandaag dus twee verhalen er op. Lieve groet en tot volgende keer.