maandag 18 augustus 2014

Zondag 17 augustus 2014, van Sigmaringen naar Hefigkoven 74.23 km.

 
Sigmaringendorf
 
Vanmorgen 8 uur wakker geworden. De bergen liggen in een dichte mist en het ziet er koud uit. In ieder geval maar warm aankleden. Het waren gisteren eigenlijk teveel km. op een dag. Alle spieren die ik niet ken, weet ik nu te zitten en zijn behoorlijk pijnlijk. Zal het vandaag rustig aan moeten doen. Mijn lip blijft evenzo pijnlijk en wil niet genezen. Weet nu ook waarom. Iedere keer als het korstje er af valt, wat vooral onder douche of in de nacht gebeurd, plakken de lippen zo op elkaar dat ik er wakker van wordt. Op het moment dat je daar wat aan doet scheurt het dunne vliesje weer kapot. Vannacht ontdekt, dus vanavond dik insmeren met crème. In ieder geval een charmant gezicht voor de nacht. Maar ja voor wie zou ik het moeten laten. Sinds mijn 5 kaakoperaties moet ik ’s nachts zonder gebit slapen. Zelf ben ik er aan gewend, maar ga dat maar eens vertellen aan een man die je net leert kennen. Die lopen gelijk weg, denk ik zo. Eerlijkheidshalve moet ik zeggen dat mijn ex vriend dat niet deed. Die zei heel charmant; Oh dan doe ik de mijne voortaan ook uit. Ja, hij had ook leuke en mooie kanten als hij wilde. Nu kijk ik wel uit. Kom steeds meer tot de ontdekking dat een leven alleen ook heel prettig kan zijn, zolang je je niet eenzaam gaat voelen. Dat is namelijk de valkuil die om het hoekje kijkt. Tegelijkertijd weet ik dat in een slechte relatie je nog veel eenzamer bent en je steeds meer in de steek gelaten voelt omdat de ander zijn of haar eigen weg gaat. Mijn verdriet er over is weg, evenals de pijn. Het kwam nu zomaar even door mijn gebit dat ik er over schrijf. Je kunt negen jaar niet uitvlakken. Ze blijven verbonden met je leven. Vandaag heb ik mooiere dingen om aan te denken dan die tijd van verdriet en pijn die nu ver achter me ligt. Ben er echt afscheid van aan het nemen, dat merk ik aan alles. Er zijn dagen dat ik niet eens meer aan de man denk, laat staan wat hij met zijn leven doet. Kan hem alleen maar het allerbeste wensen en hopen dat hij zijn geluk vinden mag zoals ik dat in mezelf heb gevonden.

17.59 uur.
Gewassen en geschoren, zoals dat heet, zit ik achter de computer. Het laatste is gekheid. Wat zou ik moeten scheren onderweg. Die paar haren op mijn benen misschien? Daar kijkt geen hond naar. Tja en de rest wat je normaal scheert mag rustig groeien onderweg. Geen hond die dat kan en krijgt te zien. Onder de douche spuit een straal zo op mijn lip dat het bloed er uit komt. Wanneer stop die pijn en ellende vraag ik me af. Ik moet toch mijn gezicht gewoon even kunnen wassen, of zijn de stralen te hard?  

Ondanks dat het in km. een korte dag op papier zou zijn is het aantal toch weer uitgelopen naar 74.23 km. Op gegeven moment zat ik echt op een dood spoor, geen mens kon me de weg vertellen en de plaatsen waar ik naar toe moest stonden nergens aangegeven. Afijn, laat ik bij het begin beginnen, vanmorgen.

Tegen dat ik om 9.20 uur vertrok had de zon de mist overwonnen. Had nog een bakje yoghurt en een banaan, wat ik heb gegeten voor ik vertrok vanmorgen. Mijn zware tassen worden weer naar beneden gedragen door dezelfde aardige man, die minder aardig daar behandeld wordt. Hij zit vol verdriet. Ik bedank hem nog eens extra voor zijn goede zorgen. Ik vergat naar de bakker te gaan. Echter in Sigmaringendorf, 7 km. verder is er één die open is en kan ik alsnog broodjes voor de hele dag halen. Gisteren warm gegeten. Vandaag en komende dagen weer brooddagen. Geen medelijden, ik ben een broodeter, dus het is geen straf.  

Al heel lang had ik de wens de route Passau – Wenen langs de Donau te rijden. Nu rij ik er zo’n 10 km. langs, al is er geen stukje blauw te zien, zoals het lied ‘die schöne blauwe Donau’ wel aangeeft. Heb vannacht verkeerd gelegen en zelf teveel gesjouwd met de fietstassen, waardoor de hernia weer de kop opsteekt. Het gekke is dat ik dat met lopen en sjouwen heb, maar niet met fietsen.

In Scheer aan de Donau staat in een zonnig hoekje een picknicktafel van marmer met allemaal banken er omheen. Er zit alleen 1 man zijn biertje te drinken. Hij heeft geen bezwaar dat ik erbij kom zitten, Weer een eenzaam mens die zijn tijd met een biertje verdoet Hier eet ik mijn eerste broodje met koffie. We praten even samen.

Even buiten Sigmaringen sta ik op de borden te zoeken waar ik heen moet, hoor ik ineens roepen; ‘linksaf’. Het zijn Emmy en Fens op de tandem. We praten even en nemen afscheid. Het zal waarschijnlijk de laatste keer zijn dat ik ze tegenkom. Zij zijn veel sneller dan ik. Later in de middag ben ik heel even jaloers op de GPS die zij hebben. Op het moment dat ik de weg kwijt ben en letterlijk niemand mij de weg kan wijzen en ik ook uit het boekje geen wijs kan, denk ik echt even, had ik maar zo’n ding. Het wijst je de goede weg en het had mij vandaag weer 10 km. gescheeld, vooral in klimmen. Ik heb hem niet en net als velen zal ik nog vele kilometers omrijden, omdat je het niet kunt vinden, zoals het staat aangegeven. Maar goed, daar kom ik later op terug. 

Is het Pluvius weer, die het zo leuk vind vandaag om zijn harde windstoten tegen me aan te beuken? Al dagen gooit hij roet in het eten. Toch zal ik van hem winnen, hoe hard hij ook tegen me aan blaast. Vooral van Rufingen naar Hausen met een flinke klim van 6-9% in het open veld is hij bijzonder aan het plagen en blaast nog eens extra tegen me aan. Ik lach hem uit, wetende dat ik dit win van hem, op  
weg naar de top. Boven op de berg hoor ik in de verte kerkklokken luiden. Twee buizerds laten me hun roep weer horen. Dezelfde als alle dagen ervoor? Wel toevallig dat het er steeds twee zijn. Ze waarschuwen me, wilde de verkeerde weg nemen, voor Rufingen. Het laatste gedeelte naar Hausen gaat door het bos. Het is doodstil, geen vogel te horen, geen mens te zien. Op het moment dat ik dit zeg, begint er een vogel zijn lied te zingen. Heel zachtjes, alsof het eigenlijk niet mag. Hebben ze mijn gedachten opgevangen?

Even buiten Hausen ligt een dorp op een heuvel. Zell an Andelsbach heet het. Heel liefelijk in de zon gelegen hoor ik vanuit de verte de klokken zachtjes luiden. Pluvius blijft me plagen. Wanneer ik een zakdoek probeer te pakken om de druppels van mijn neus af te vegen, is het niet meer nodig. Pluvius heeft hem al afgeveegd. De bellen vliegen rond. Bij het dorp aangekomen gaat er van alles mis. Er staat een pad naar links aangegeven in het boekje met korte klim. Er staat nergens dat dit een klim op een grindweg is van ruim 10%. Ik moet blijven trappen, of het gaat of niet. Stap ik af, kan ik het vergeten. Bovenaan het pad zitten vier jongelui te kijken of ik boven kom. Ik moet wel. Op een grindweg stoppen met zo’n helling maakt dat ik geen kant meer op kan met de fiets. Bovengekomen maak ik even een praatje met de jongelui , na eerst even op adem te zijn gekomen. Er moet nu ergens een spoorlijn zijn en een transformatorhuisje volgens mijn boekje. Welke kant ik ook op rij, geen van beiden zijn te vinden. Fietsers, automobilisten niemand kan mij zeggen waar ik heen moet. Uiteindelijk na een half uur zoeken ontmoet ik twee jongens die mij de weg wijzen, althans gedeeltelijk. Wanneer ik nu naar Burnhausen rij, dan ben ik weer een stukje in de richting. Ik moet er niet zijn, maar begrijp dat dit de enige oplossing is. Het eerste stuk gaat goed lijkt het, maar dan. 10 km. omgereden, veel energie verbruikt en vooral tijd. Wilde lekker vroeg zijn om de tijd te nemen een goedkope kamer te zoeken met Wifi.
Weer geen plaatsnaam te vinden die zelfs maar in de buurt ligt. Ik rij de grote weg op. Ja hoor, bergop. Dit stond duidelijk niet in het boekje toch? Het was de dag van de makkelijke routes, al heb ik daar niet veel van gemerkt. Halverwege de berg, waar ik zo langzamerhand op apengapen lig op mijn fiets, uiteindelijk een automobilist aangehouden. Ze rijden als gekken omhoog en omlaag, maar deze stopt toch op het parkeerplaatsje waar ik sta. Samen uitzoeken waar ik heen moet lukt zelfs niet op zijn Tom Tom. Wel begrijp ik dat ik de verkeerde kant uit ben gereden. Afijn, naar beneden rijden is geen punt. Ik blijf op de weg tot ik op een zijweg een fietser zie staan, die zo vriendelijk is me naar de juiste weg te brengen. Ondertussen met al dat gezoek bijna

Neubron, de plaats die nergens was te vinden komt eindelijk in zicht. Van hieruit moet ik kiezen. De makkelijke of zware route. Geen probleem. De zware route had ik vandaag al genoeg. Nu neem ik de route door het Deggenhausentahl. Heb er echt geen spijt van. Ineens zie ik in de verte de Alpen liggen. Ze komen al dichterbij. Een prachtig gezicht, waar ik wel een foto van heb genomen, maar of het nu echt duidelijk genoeg is te zien, betwijfel ik. In Wittenhofen is het einde van deze etappe. Echter niet voor mij. Een kamer kost 55 euro en privékamers zijn allemaal volgeboekt, waar ik ook kom. Dan word ik doorverwezen naar een plaats hoog in de bergen. Weer een klim van zo’n 9 a 10%.   Uiteindelijk kom ik terecht bij hotel Adler in Hefigkoven. Kamers zijn netjes maar klein. Prijs 45 euro incl. ontbijt. Zonder ontbijt gaat er maar 4 euro af. Internet heeft hij niet, zegt de eigenaar en weigert het ook te geven, terwijl zij het wel hebben voor zichzelf. Nu nog kijken of ik mijn verhaal via de stick op de computer van het hotel mag zetten. Nee dat was een misverstand, volgens de eigenaar. Niemand mag op de hotelcomputer, wat ik wel kan begrijpen. Hij dacht dat ik zelf zo’n internet stick bij me had. Ne natuurlijk niet, is onbetaalbaar. Nu wordt het dus morgen. Dan bereik ik Bregenz aan de Bodensee. Hier goed alle rust een kamer zoeken en de rust nemen voor het zware werk begint, de Alpen. Ik laat me verrassen. Groetjes en fijne avond, Maus
Welja alsof het allemaal niets is. Zou nog niet erg zijn als het niet vol was geweest. Het kost weer extra kilometers, maar goed, een deel ervan hoef ik morgen weer niet te rijden. Wie schreef ook weer dat het een makkelijke tocht en dag zou worden?






4 opmerkingen:

May Quaedflieg zei

Je bent een Super-Maus!
Alleen even wat rechtzetten: je geeft Pluvius de schuld van de wind... ik hoop niet dat hij zo boos op je wordt dat hij tropische buien over je gaat neerstorten. 'Plu' is de God van de regen. Als je je tegen hem wil beschermen heb je een 'para-Plu' nodig. Degene die je aan het plagen is dat is de windgod Aeolus! Weet je dat ook weer. Wel handig als je iemand gaat beschuldigen. Want je moet die twee gasten te vriend houden...

Hans Horsten zei

Dan hebben wij toch dezelfde kwaal gehad Maus, zelfs water drinken deed ontzettende pijn, eten ging al helemaal niet en mijn lippen zaten echt aan elkaar, medicijnen hielpen niet, de diagnose was herpes stomatitus, het beste hiermee, nog één ding, hoe is het nou met die muis afgelopen op je foto? =).

Groetjes,Hans.

Maus Sturmer zei

Dank je wel May. Pluvius heeft me begrepen en is niet boos geworden. Gelukkig maar.

De muis zal het vast niet overleefd hebben, Hans Kreeg vandaag en goede tip en Confeed zijn ronde plakkertjes er op doen, dan gaat het niet steeds meer open. dat helpt wel

Hans Horsten zei

Je hebt één schrale troost Maus, de dermatoloog verzekerde mij toen dat dit eenmalig voorkomt in een mensenleven.

Groetjes, Hans.